Hoe de Amsterdamse vierkante meter in 14 jaar tijd 73% duurder werd

Mensen die in het laatste kwartaal van 2016 een huis kochten in de stad betaalden daar gemiddeld 352.000 euro voor en dat komt neer op 4330 euro per vierkante meter. Een absolute recordprijs, want nooit eerder was een Amsterdams stukje koophuis, van één bij één, zo duur.

Ten opzichte van het laatste kwartaal van 2015 werd een vierkante meter in 2016 maar liefst 15 procent duurder. Dat blijkt uit cijfers van de Nederlandse Vereniging van Makelaars en de Makelaarsvereniging Amsterdam (MVA). Het gaat dan om een gemiddelde berekend uit het totaal van woningen, dat verkocht werd door makelaars aangesloten bij de NVM. In het tweede kwartaal van 2016 werd zelfs de 'magische' grens van 4000 euro bereikt.

2500 euro voor vierkante meter in 2003
Een stijging van 15 procent in een jaar is heel veel. Maar dat de prijs van een vierkante meter de pan uitgerezen is, wordt pas echt duidelijk wanneer de cijfers vergeleken worden met de prijs van een vierkante meter in 2003. Kocht je in het tweede kwartaal van dat jaar een huis, dan betaalde je voor precies dezelfde vierkante meter 2500 euro. Vergeleken met de 4330 euro van eind 2016 is de vierkante meterprijs in 14 jaar tijd dus met 73 procent gestegen. Woningen werden begin 2003 voor gemiddeld 207.000 euro verkocht.

De verwachting is dat de vierkante meterprijs ook in 2017 verder zal stijgen, maar niet meer zo hard als voorgaande jaren. Dat zegt Sven Heinen van de MVA. Volgens Heinen zou 2017 een kanteljaar kunnen zijn voor de Amsterdamse woningmarkt en vlakt de prijsstijging mogelijk af. Maar dat is allerminst zeker. 

'Nieuwbouw is druppel op gloeiende plaat'
Wat wel zeker is, is dat de trek naar de stad doorzet en dat de Amsterdamse bevolking met gemiddeld 11.000 mensen per jaar blijft groeien. Hoewel er duizenden woningen gebouwd worden op plekken als het Amstelkwartier, het Zeeburgereiland en mogelijk op het nog aan te leggen IJburg II, is het volgens Heinen niet genoeg.

'Alle nieuwbouw zorgt dat er iets van druk van de markt verdwijnt, maar er wordt structureel te weinig gebouwd. Het blijft dus een druppel op de gloeiende plaat, doch het adagium blijft: bouwen!'