Spreekrecht voor nabestaanden, waarom wel of waarom niet?

Spreekrecht in een strafzaak, iedere nabestaande of slachtoffer heeft er recht op. De ouders van de doodgeschoten Djordy Latumahina gebruikten het vandaag om de rechtbank te vragen om een levenslange straf voor de zeven verdachten. Maar voordat de zeven dus zijn veroordeeld.

Advocaat Bénédicte Ficq vindt het wringen en noemt het een botsing van belangen. Wat Richard Korver betreft hoort het gewoon thuis in de rechtszaal. De twee lichten hun standpunt toe. 

'Ik heb er echt moeite mee'
Ficq verdedigt Tony D., volgens het Openbaar Ministerie één van de schutters. Hij hoorde 30 jaar tegen zich geëist worden. 'Wat ik ontzettend wrang en moeizaam vindt is dat je verdachten bijstaat. Dat mensen voor onschuldig moeten worden gehouden tot een rechter zich uitspreekt.

'Dat nabestaanden vanuit hun emotie en hun verdriet daar anders naar kijken. Dan zie je een soort botsing van belangen plaatsvinden in de rechtszaal alsof de rechter zijn oordeel al heeft uitgesproken. Mijn client bijvoorbeeld die hartstochtelijk ontkent, die sterk en overtuigend is in zijn ontkenning, die worden min of meer als dader neergezet door de advocaten van de nabestaanden, daar heb ik echt moeite mee.'

Lees ook: Ouders Djordy Latumahina vragen om levenslang: 'Tot hier en niet verder'

Korver staat de ouders van Djordy bij en las vanmiddag hun pleidooi voor een hogere straf voor. 'Natuurlijk hoort dat thuis in de rechtszaal', zegt hij daarover. 'Mijn cliënten hebben dagenlang moeten luisteren naar zeven cliënten die alle ruimte kregen om hun kant van het verhaal met hun emoties te vertellen.

'Een verdachte zegt dat hij zo blij is dat hij buiten mag zijn omdat hij zijn kind kan zien opgroeien. Mijn cliënten, de vader en moeder, kunnen Djordy in ieder geval niet meer verder volwassen zien worden. Mogen zij alsjeblieft ook wat zeggen? Het gaat om hun vader, hun partner, hun zoon, ik denk dat het niet meer dan terecht is.' 

Lees ook: Groep van zeven staat terecht voor moord Djordy Latumahina: wie is wie?

Zijn het nu al daders?
Ficq: 'Nu wordt er eigenlijk al gesproken tegen verdachten alsof het al daders zijn. Dat wringt natuurlijk enorm. De wetgever had het anders moeten regelen. Proces A moet gereserveerd worden voor de vaststelling van de schuld. Proces B moet zijn voor het toelichten van de vorderingen van de benadeelde partij. Dus nadat de rechter heeft gezegd, jij hebt het gedaan. Jij bent de dader. 

Korver: Dat doen we niet omdat de wet zegt dat het nu kan. Ik zie niet in waarom we wel naar allerlei rare verhalen moeten luisteren van: 'Ja, nee we waren daar niet voor de liquidatie maar voor een wiethandeltje'. En als dan gevraagd wordt 'Hoe verpak je het?', 'Hoeveel kilo was het?', dan krijg je geen antwoord. Waarom moeten nabestaanden daar wel naar luisteren maar zouden verdachten niet even kunnen luisteren naar wat nabestaanden te melden hebben?