Grapperhaus: Naar eer en geweten geprobeerd rust te brengen bij Stedelijk Museum

Voormalig voorzitter van de Raad van Toezicht en huidig minister van Justitie en Veiligheid, Ferdinand Grapperhaus, zegt 'naar eer en geweten' geprobeerd te hebben de onrust bij het Stedelijk Museum ten tijde van het vertrek van directeur Beatrix Ruf te beteugelen. Dat zegt hij tegen AT5 in reactie op het rapport rond het aftreden van Ruf.

Uit een onafhankelijk onderzoek dat gisteren verscheen bleek dat artistiek directeur Ruf ten onrechte is beschuldigd van belangenverstrengeling. Naar aanleiding van berichtgeving in NRC over ongeoorloofde nevenactiviteiten stapte Ruf in oktober vorig jaar op. Onnodig, blijkt nu. 

Fouten
De huidig minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus was ten tijde van de commotie rond Ruf voorzitter van de Raad van Toezicht. Hij was pas net aangetreden toen de discussie over de nevenactiviteiten van Ruf losbarstte. Samen met een ander lid van de Raad van Toezicht, De Cock Buning, deed hij onderzoek naar de beschuldigingen. Volgens de onderzoekers bevatte dat rapport fouten, hoewel beiden wel naar eer en geweten hebben gehandeld. Ook de vergadering waarin Ruf haar ontslag aanbood had volgens het rapport zorgvuldiger kunnen verlopen. 

Lees ook: Rapport: Ex-directeur Stedelijk ten onrechte beschuldigd van belangenverstrengeling

'Deskundig en zorgvuldig'
Toch oordelen de onderzoekers uiteindelijk positief over de handelswijze van Grapperhaus: 'De heer Grapperhaus heeft in de zestien dagen die aan het ontslag van mevrouw Ruf vooraf gingen meer aandacht en tijd aan het museum besteed dan van hem kon worden verwacht en hij is met deskundigheid en grote zorgvuldigheid te werk gegaan. De vragen en kanttekeningen van onderzoekers na een onderzoek van ruim een half jaar kunnen daaraan niet afdoen. Het museum had zich in die periode geen betere voorzitter van de raad van toezicht kunnen wensen.'

'Naar eer en geweten'
In een reactie op het rapport zegt Grapperhaus dat hij er alles aan heeft gedaan om de situatie te beheersen: 'De recente ontwikkelingen en daarmee de uitgangspositie van het museum waren bij mijn aantreden als voorzitter op 1 oktober niet bepaald gunstig. Er was al langere tijd veel onrust. Daar heb ik in de korte periode van drie weken dat ik operationeel was als toezichthouder naar eer en geweten gepoogd verandering in te brengen.'

'Geweldig museum'
Over het rapport zegt hij: 'Dit onderzoek van de gemeente is aanvankelijk door mij in die periode geïnitieerd, omdat ik meende dat daardoor duidelijkheid en rust kon komen. Het is nu aan de gemeente Amsterdam en het museum om met de aanbevelingen uit het rapport aan de slag te gaan. Voorop moet staan dat het Stedelijk een geweldig museum is met een prachtige collectie en toegewijde deskundige mensen.'