Met Persmuseum vertrekt een uniek archief uit Amsterdam

De Telegraaf-voorpagina van 7 mei 2002, de dag na de moord op Pim Fortuyn of de Volkskrant over de maanlanding. Dit soort historische kranten waren jarenlang te zien in het Persmuseum. Maar het museum gaat de stad uit.

Het Persmuseum fuseert met het Instituut voor Beeld en Geluid en zal verhuizen naar Hilversum. Tijdschriften uit 1600, politieke tekeningen en affiches, je kan het zo gek niet bedenken of het Persmuseum heeft het opgeslagen in de archieven.

Waarde van vrije woord
Sinds 1915 wordt het belangrijkste materiaal uit de Nederlandse journalistiek bewaard. 'We besteden aandacht aan de persvrijheid, de censuur die in andere landen aanwezig is en historisch besef van de journalistieke geschiedenis', zegt Job Scholten. Hij vindt dat we altijd moeten blijven stilstaan bij de waarde van het vrije woord. 

'De moord op Pim Fortuyn is natuurlijk een dramatische politieke moord geweest. Theo van Gogh, we kunnen niet vaak hier de aandacht op vestigen hoe afschuwelijk het is om vermoord te worden om je mening.' Na de aanslag op het Franse weekblad Charlie Hebdo, bracht het museum een ode aan de vrije journalistiek. 

Vanaf september in Hilversum
'Hier moesten we iets mee doen maar eigenlijk sta je er wel wat machteloos tegenover. Het is heel schokkend geweest. En wat er is ontstaan is dat tekenaars onbewust zelfscensuur gaan toepassen. Terecht hoor, het is jouw leven en je wordt bedreigd met de dood.'

Vandaag was dus de laatste dag in Amsterdam voor Scholten en de zijnen, in september wordt de 'geschreven tak' van het Archief Beeld en Geluid geopend.